Thursday, March 28, 2013

Western Sephardic Intellectual Tradition

I have published a revised edition of this list here.

Now that so many of these works are available to all, what is the excuse for not studying them? How can our tradition survive without the intellectual tradition?

 
Haham Ishac Abendana de Britto/Hahme Hes Haim
Peri Hes Haim


Ishac Aboab Da Fonseca
Parafrasis Comentado sobre el Pentateuco

Abigail Abrabanel Lindo
Hebrew-English dictionary (ms)

Moseh de Gidhon Abudiente
Gramatica Hebraica

Yshac de Acosta
Conjeturas Sagradas sobre los Prophetas Primeros

Mose Rafael De Aguilar
Epitome da Gramatica Hebrayca
II

Aharon Antunes
Matte Aharon

Ishac Athias
Thesoro de Preceptos

David Bueno de Mesquita
Sermon

Ishac Cardoso
Las Excelencias de los Hebreos
Philosophia Libera

Isaac Cohen Belinfante
Tesuboth

Aharon Cohen Carillon
Leerrede over Spreuken Salomons
Leerrede over de Tijdsomstandigheden van ons Vaderland
Leerrede

Daniel Cohen D'Azevedo
Sermao Heroico

Moseh Cohen De Azevedo
Sermon de Congratulacion

Hiyya Cohen De Lara
Mismeroth Kehuna
Vs II
Kanfe Yona
Markebeth Hammisna

David Cohen De Lara
Kether Kehuna
Hir David - De Convenientia Vocabulorum Rabbinicorum
Vs II (ms)

Abraham Cohen Pimentel
Minhath Kohen
Vs II
Questoens & Discursos Academicos

Samuel Cohen de Piza
Saphenath Pahne'ah
Vs II

Joseph Moses Corcos
Path of Faith

Nahman Nathan Coronel
Zekher Nathan
Beth Nathan

Benjamin Dias Brandon

Oroth Hammiswoth
Hemeq Benjamin

Abraham De Fonseca
Hene Abraham
Vs II

David Franco Mendes

Gemul Hatalya
Tesuhath Israel
Mahbereth Bi'ath Hammasi'ah

Semtob Gaguin
Kether Sem Tob:

Vol I-II
Vol III
Vol IV-VI
Vol VII
Pirqe Sira

Joseph Gallego

Imre Noham
Vs II

Abraham Gomes Silveira
Entretenimientos Gustozos o Diologos Burlescos

Menasse Ben Israel
Mikwe Israel
Pene Rabba
Nismath Haim
Thesouro dos Dinim
Conciliator
Vs II
Vs III
English Vs Vol. I
English Vs Vol. II
De Creatione Problemata
Vs II

Ishac Jessurun
Panim Hadasoth
Liuro da Providencia Divina

Jacob Juda de Leon (Templo)
Tabnith Hekhal
Vs II
Haggada
Tratado de la Arca del Testamento
Tratado de los Cherubim
Hebrew Vs
Tratado del Tabernaculo de Moseh
Qodes Hillulim - Las Alabanças de Santidad

Solomon Rafael Juda Leon Templo
Masekheth Halakha Lemose Missinay
Resith Hokhma - Gramathica Hebrayca
Vs II

Haijm Isaac Karigal
Sermon at Newport

Manoel de Leão
Exame de Obricaçoens

Selomo Levi Maduro
Sepher Hamminhaghim

Isaac Lindo Mocatta
Biblical Gleanings
The Jewish Armoury

Mose Lopes
Lunar Calendar

Ishac Lopes D'almeida
Dinim de Sehita

Jacob Lopes Cardozo
Iets over de Feest- en Vastendagen bij de Israëlieten

Jacob Lopes Da Fonseca
Sermão Moral e Panegirico

Ishac Lopes Pereira
Berith Yishaq

Abraham De David Meldola
Mozaïsch Leerstelsel
Tesuboth

David Meldola

Dibre David
Mohed David
Boker Yizrah
Bina Lehittim
Darkhe David (I-V)
Part I
Part II
Part III
Part IV
Part V

Raphael Meldola
Parasath Hahibbur
Seber Bamesarim
Mayim Rabbim:
Part I
Part II
Part III
Part IV

Rafael De Hizqiahu Meldola
Huppath Hathanim
Tesuba (On shewa nang)
Dereh Emuna - The Way of Faith
Korban Minha

Aaron David Meldola de Sola
The Survival of the Fittest
Zionism

Miriam Mendes Belisario
Sabbat Evenings at Home

Aaron Mendes Chumaceiro
Leerrede ter Gelegenheid der Kerkelijke Bevestiging eens Jongelings
(With Jacob Ferares and David Lopes Cardozo:)
Zestal Leerredenen Vs II
Tweede Zestal Leerredenen
Leerrrede over Maleachi

Selomo Mendes Coutinho
Tesuboth
Tesuboth II
Tesuboth III

Jacob Mendes de Solla
A Catechism of the Jewish Religion
The Jewish Student's Companion
A Vocabulary of the Pentateuch
Confirmation Manual

Aaron Mendoza
Dinim de Sehita y Bedica

Mose Israel De Mercado
Perus Qoheleth & Tehillim

Abraham De Meza
Meditaçoens Sacras

Selomo De Meza
Sulhan Selomo

Moses Mocatta
Wisdom of Solomon

Elia Montalto
On the Fifty-third Chapter of Isaiah
Portuguese (ms)
Optica intra Philosophiae et Medicinae

Joseph de Monteles
Orhoth Hayyim
Orhoth Hayyim II

Sabato Morais
Italian Hebrew Literature
A Few Words on the Book of Esther
Discourse, Sabba Bemidbar, 7th st. Synagogue
Priests and Prophets
Sermon Thanksgiving
Sermons 1868
1869
1874
1875
1876
1878
1879
1880
1881
1882
1883
1884

Saul Levi Mortera
Gibhath Saul
Version II
Benjamin Musaphia
 
David Nasi
Hoda'ath Bahal Din

David Netto
Carlos Vero (Possibly Netto's pseudonym)
Respuesta al Sermon Predicado por el Arçobispo de Cranganor
English translation by Moses Mocatta

Emmanuel Nunes Carvalho
Sermon

Selomo De Oliveira
Yoseph Pardo
Abraham Pereira Mendes
Sermons

Henry Pereira Mendes
Abraham Pharar
Declaração das 613 Encomendancas

Mose Piza

Jehuda Piza

Jacob Rodrigues Moreira
Kehillath Jahacob


Jacob Sasportas
Toledoth Jahacob
Tesuboth

Selomo Sasportas

Hizqia Da Silva
Peri Hadash
 
David de Sola Pool

Solomon Solis Cohen
The Jewish Home
 
Ishac Uzziel

Abraham Vaez
Discursos Predicables

Mosseh Zurreño Luna
Daras

Various authors
Sa'ul Levi Mortera, Elia Montalto, Ishac Naar, Ishac Orobio de Castro

More books online in the Menasse ben Israel collection of the Bibliotheca Rosenthalia of the University of Amsterdam, and on the website of the Hes Haim Manuscripts.

(This list does not include most of the Sephardic Hakhamim of Italy. I made a seperate post for them: Hakhme Sepharad in Italia.)



Saturday, November 3, 2012

Portugeesche Joden in Haarlem


Reeds in het jaar 1781 bezaten zij er een eigen synagoge

 
WANNEER wij naar aanleiding van het honderdjarig bestaan der synagoge te Haarlem een blik werpen in de geschiedenis van de vestiging der Joden aldaar, mag daarbij het feit niet onvermeld blijven, dat er reeds lang vóór het tot stand komen "van een gemeenteverband in deze stad -r-waarvoor men gevoeglijk het jaar 1765 kan aanwijzen  sprake geweest is van het stichten eener Joodsche gemeenschap. Wordt ons als eerste belangrijke figuur in de Hoogduitsche kringen Israël Isacks genoemd, die in het jaar 1756 verzoekt godsdienstoefeningen te mogen houden tijdens de jaarlijksche kermis, vóór hem waren, reeds meer dan honderd jaar geleden, pogingen aangewend om te geraken tot stichting van een Joodsche gemeente. Het zijn de Portugéesche Joden geweest, die het eerst een verzoek tot vestiging hebben ter hand gesteld aan de overheid. Hoe is dit geschied en wat was de aanleiding hiertoe?

 Men moet hiervoor teruggaan tot de komst der Portugéesche kooplieden in Holland. Het is een feit, dat zich ook buiten Amsterdam Portugéesche zakenlieden hebben gevestigd; de redenen, die hen daarheen voerden, zullen van verschillenden aard geweest zijn, doch het blijkt uit vele bronnen, dat zij onder meer te Rotterdam, Nijkerk, Amersfoort en Alkmaar hun verblijf hebben gehad.

 In 1605....

 En zoo ontvingen in den aanvang van het jaar 1605 Burgemeester en Schepenen van Haarem een request van „eenige Coopluyden uyt Portugal, genaemt Joden, tegenwoordig te Amsterdam wonende, die alhier wel zouden begeeren te komen wonen en nog tot hun diversche Familien tegenwoordig in Portugal, Turkyen en Italien wonende, en sijnde alle treflijke coopluyden, brengen en ontbieden, zo zij luyden met vrije openbare executie van hun lieder religie en leere in de Synagoge mochten leven, als hun in Italien en Duytschland toegelaten werd en ook eenige van hen te Alkmaar wonende is geaccordeerd". Het waren de zakenlieden Belchior en Francisco Mendes (zij worden ook als Abraham en Isaac Franco genoemd) en Michiel de Castro (andere naam Michael Nehemie), die zich in genoemde bewoordingen tot de Overheid wenden. Burgemeesteren van Haarlem wenschten evenwel nog niet aanstonds hieromtrent te beslissen, doch eerst de goedgunstige beschikking der Vroedschap te verkrijgen. Het oordeel van de Vroedschap, gesteld in niet afwijzende, doch voorzichtige bewoordingen, luidde als volgt: „daer in veel te bedenken stond, alzo's Stads welvaren door de handel en neeringe van Coopluyden wel dient gevordert, maer dat in deese gelegentheid van tijde kwalijk, en niet zonder groote opspraek van de Roomschgezinden of Catholyken, de vrije executie van de Religie der Joden zoude konnen geaccordeert worden. Is bij de meeste stemmen voor goet ingezien, dat Burgemeesteren de Coopluyden, dit verzoek doende, hooren en hen alle vrijheid in de conscientie en 't beleven huns geloofs presenteren en accorderen zullen als andere ingezetenen, zonder bij acte of resolutie te consenteren de openbare Sienagoge, voordat

op dezen bij de vroedschap nader zal zijn gelet en geresolveerd".

Wel begreep men, dat het opnemen dezer menschen in de stad zijn beteekenis kon hebben voor de welvaart, doch wat men den een toestond kon den ander niet geweigerd worden: ook den Katholieken zou dan meer vrijheid moeten worden toegestaan. Tegen de vestiging op zichzelf bestonden eigenlijk geen bezwaren, tegenhet openlijk belijden der religie daarentegen wel, vandaar dat men na de eerste besprekingen met bovenvermelde requestranten wel vrijheid van geloof toezeggen wilde, doch een openbaar Godshuis weigerde, met welk besluit de Portugéesche Joden zich niet konden vereenigen.

 Wat hun werd toegestaan

 Men won advies in bij den Heer Advocaat Van Oldebarneveldt en bovendien bij den „Dienaer des woords” Joannes Uyten Bogaert en eenige andere „Dienaren” in dezelfde stad. Op 10 November 1605 kwam een definitieve overeenkomst tot stand tusschen Portugéesche Joden, waarin gezegd wordt, dat zij konden vertrouwen op onbeperkte godsdienstvrijheid, doch op voorwaarde, dat minstens vijftig van heure familien wesende luyden van forte aansien ende vermogen” zich kwamen vestigen. Zij moesten dan daarbij overleggen een behoorlijk blyk ende bescheyt van den Parnacim en de Memoenim ofte principalen" van de gemeente of plaats, vanwaar zij zouden komen, ten bewijze dat zij zijn luyden met eere, ende van goeden handel en wandel”. Ze mochten een synagoge bouwen en grond ter bestemming voor een begraafplaats koopen „ende voorts heure religie en geloof vrij beleven”. Wat de vrijheid van handeldrijven aangaat, dit blijkt uit de volgende passage: „Is bij Burgemeesterén endö Regeerders voors. die van de voors. hebreeusche natiën toegelaten ende geaccordeert dat zij met heure huysgesinnen en familien binnen Haarlem zullen mogen comen wonen, ende heur aldaar generen met alderley coopmanschappen, manufacturen ende handelinge met open ofte besloten deuren ende winckelen near hun believen, ende mede genyeten alsulcke vrijheyt, gratie, privilegiën, exemptien, ende gerechticheyden als alle andere borgeren, poorteren ende ingesetenen derselver stede”.

Zooals de historicus J. S. da Silva schrijft in zijn bijdrage omtrent de pogingen tot vestiging van Portugeesche Joden te Haarlem is het, na de verkregen toestemming, toch niet tot een vestiging gekomen, althans niet in den zin van een gemeente. Wat ertoe heeft geleid, dat men een verzoek heeft ingediend en na verworven sanctie daarvan gebruik maakte, is niet met zekerheid te zeggen. Of de eisch van minstens 50 gezinnen te hoog werd beschouwd blijft een open vraag, omdat in dien tijd nog steeds families in Holland gekomen zijn en het wel degelijk mogelijk zal zijn geweest om met een aantal gezinnen als verlangd was, daarheen te verhuizen. Misschien hebben de genoemde personen elders eveneens hetzelfde verzoek ingediend en verkregen zij aldaar eerder een bevredigend antwoord, zoodat ze de goedkeuring van Haarlem niet meer behoefden. Hoe het ook zij, van een vestiging omstreeks dien tijd (1605) is niets gekomen. Ook later nog, in 1634, bleef een aanbieding van Portugeesche Joden om met tien getouwen naar Haarlem te komen om „de Draperye van de Segovische wolle te exerceeren” zonder resultaat. In het Memoriaal van de Resolutiën van Heeren Burgemeesteren vond ik nog, dat in 1660 wederom besprekingen met „die van de Joodsche natie” zouden worden gevoerd tot het „transporteeren hunner woonplaats” naar hier, maar het is niet zeker of dit betrekking heeft op Sephardische of Asjkenasische Joden. Toch schijnt er in lateren tijd wel een kleine Portugeesche Joodsche gemeenschap te hebben bestaan, gelijk dit ook in andere steden het geval was.

Een aantal decennia geleden ontdekte de heer M. Henriques Pimentel te 's Gravenhage een manuscript, in het bezit van een particulier, dat tot titel droeg „Escavoth do K. K. „Migdal David" em Haerlem na quinta do Sr. Elisah H. de Castro, eregodo por seu avo o B. A. Sr. David Henriques de Castro. D. G. M." (Zielsgebeden van de gemeente „Migdal David" te Haarlem op het landgoed van den heer Elisah H. de Castro, opgericht door zijn grootvader, den heer David Henriques de Castro, zaliger gedachtenis). Genoemde heer Pimentel vermoedde, dat deze vondst van beteekenis was en stelde zich in verbinding met den toenmaligen bibliothecaris der Portugéesche gemeente in Amsterdam, den heer D. Montezinos, die nadere gegevens vermocht te vinden, waardoor omtrent dit feit wat meerlicht kon worden verspreid.

 De eerste synagoge

 In het jaar 5540 (1781) blijkt door twee broeders, Mozes en Isaac, zoons van David Henriques de Castro, een Synagoge gesticht te zijn. Waarschijnlijk ter eere van hun vader gaven zij dit bedehuis den naam van „Migdal David". Ook hier ontwaren wij een particuliere synagoge, zich bevindend op een landgoed, waaruit men mag afleiden, dat David de Castro een welgesteld man kon heeten. Jammer genoeg heb ik tot dusverre niets kunnen ontdekken over de plaats, waar deze „Makom Kadosh" zich bevonden heeft, doch ik mag wel veronderstellen, dat deze niet in het oudste inwendige stadsgedeelte van Haarlem, doch wat meer aan den buitenkant der stad moet zijn geweest, alwaar men buitenverblijven aantrof. In 5561 (1802) vond een bijzonder feit in dit bedehuis plaats:

Op Vrijdag 22 Tamoez werd daar het huwelijk voltrokken tusschen één der stichters, Isaac, met Hava van Nathan Palache. (Een zeer vreemde datum, echter niet onmogelijk in uitzonderingsgevallen en in een kleine afgelegen synagoge als deze wel aannemelijk). De rabbijn, die het huwelijk inzegende, was de bekende Chacham Daniel aCohen d'Azevedo van Amsterdam, terwijl als voorlezer fungeerde een zekere Joseph Jessurun Pinto. In een gedichtenverzameling van Franco, die zich in de bibliotheek van „Ets Haim" te Amsterdam bevindt en waarin een gedicht op dit huwelijk is te vinden, treffen wij ook een door hem vervaardigd gezang aan ter gelegenheid van de eerste Simchat Thora-viering in de Synagoge te Haarlem, waarbij Samuel Levi Ximenes Chatan Thora en Abraham Mendes da Costa Chatan Beresjiet was.

Door deze historische gebeurtenissen en opteekeningen wordt de authenticiteit van het bewuste manuscript bewezen. Het bevat een menigte namen van achtenswaardige Portugéesche families uit die dagen zooals Pinedo da Silva Capadoce, Cohen Caminha, Coronel Belmonte, Pereira de Ponte, Azevedo Athias, Abohab de Paz, Suasso de Pinto, Namias de Castro, Rodrigues Constantina, Lopes Colasso, Buzaglo de Paz, Aletrino Chaves, Souza Gareia, Franco Mendes de Sola en nog vele anderen van de Sephardische gemeente in Amsterdam, waaruit kan worden geconcludeerd, dat het verband met de families in de hoofdstad, ondanks den afstand, even sterk gebleven was.

Zoo staat dus vast, dat Portugéesche Joden zich reeds vóór 1781 in Haarlem ophielden, en er sinds dat jaar een bedehuis bezaten, dat niet onaanzienlijk en van genoegzame beteekenis-geacht mocht worden. Door de groote financieele draagkracht van de kleine gemeenschap kon deze synagoge geheel uit eigen middelen bekostigd en onderhouden worden naar we mogen veronderstellen. In 't handschrift treffen we voorts nog vrij hooge contributies aan zonder dat men aan steun van Overheidswege behoefde te denken. Vandaar dan ook, dat in de officieele acten en de Memorialen van den Raad van Haarlem niets omtrent een synagoge der Portugéesche Joden vermeld wordt.

Niettemin is het bestaan door de verschillende geschiedkundige gegevens bevestigd. Het leek mij daarom alleszins de moeite waard om dit feit aan de vergetelheid te ontrukken.

 

 door
Giacomo Aletrino

 

Thursday, November 1, 2012

De Synagoge „Ahawath Hesed” (Ahabath Hesed)


Men schrijft ons:

Verscholen tusschen de hooge huizen van het stadsdeel Oost, staat de synagoge van de Portugeesch-lsraëlietische Gebroederschap „Ahawath Hesed".
Veele Amsterdammers weten dat zij bestaat, maar nog veel meer en zeker de geloofsgenooten in de provincies, weten dit niet. Voor hen bestaat alleen de beroemde „Snoge" op het J. D. Meijerplein. Deze synagoge echter is geen majestueus gebouw; zij wordt niet, zooals haar moeder-synagoge, omringd door een reeks van gebouwen, waarin Rabbinaat, vergaderzaal Seminarium enz. gevestigd zijn, maar ze staat in den „tuin" van een blok huizen in de Blasiusstraat, een buurt, waar in de goede dagen van 1900 de Joodsche middenstand woonde.
De geschiedenis van deze synagoge is niet heel oud. Zij gaat terug naar den tijd, toen de Joden uit het ghetto trokken, om zich in het „nieuwe Oost" te vestigen. Er ontstonden in deze wijk de bedehuizen van „Ahawath Achim", een Hoogduitsche synagoge, en „Kehillas-Ja'acov", een Russische gewrah.
Bij den Portugeeschen Jood I. Querido, die in „het jaar" was, werd, omdat de afstand naar het J. D. Meyerplein te groot was, dagelijks thuis gelezen. Zoo ontstond er een gebroederschap, welke eerst bij de leden thuis diensten hield, want ook de Sefardiem hadden zich in grooten getale in Oost gevestigd, en later tot den bouw van een bescheiden bedehuis overging. Men prefereerde nu eenmaal, op Shabbat weinig te loopen, en daar de „Snoge" uit de buurt lag, mocht de vereeniging het genoegen smaken, dat haar bedehuis, wegens druk bezoek, eenmaal vergroot werd.
Men bereikt de synagoge dan, wanneer men een gang van het perceel Blasiusstraat 46 heeft doorgeloopen. Het intérieur is zeer eenvoudig. Als eenig fraai ornament valt het Hechal den bezoeker op. Zij biedt plaats voor 60 personen. De diensten, welke op Shabbat, feest- en vastendagen worden gehouden, zijn gelijk de ritus, welke in de groote „Snoge
wordt gevolgd. Het reglement zegt in artikel 2: „De godsdienstoefeningen moeten geheel volgens den Portugeeschen ritus worden gehouden, zonder eenige verandering".
Inderdaad is alles in deze „Snoge" 100% Sefardisch. Er zijn twee voorlezers, die om beurten, geheel belangloos, in het gebed voorgaan. Tot de trouwe bezoekers behooren ook „Ashkenazim", die uit West-Indië afkomstig zijn en die, ofschoon zij lid zijn van de Hoofdsynagoge, de Portugeesche ritus volgen, omdat deze aldaar de eenige is. De leden
hebben het recht, hun zoons te laten „subieren". Ook niet-leden kunnen hun zoons daar „Bar mitswah" laten worden, echter moeten zij minstens ƒ 2.-, desverlangd per vooruitbetaling, ten bate van de vereeniging, offeren. leder lid heeft het recht, dat gedurende een rouwjaar van een familielid, het gebed voor de zielerust wordt uitgesproken. Het bestuur, dat uit zeven personen bestaat, waarvan één Hoogduitsch, wordt gekozen voor den tijd van 3 jaar. De eenige betaalde beambte is de bode. Het bestuur is verplicht, de leden op behoorlijke wijze de tijdsveranderingen van den aanvang van de godsdienstoefeningen mede te deelen.

 De minder gunstige tijdsomstandigheden hebben veroorzaakt, dat de inkomsten van de gebroederschap gedaald zijn. Daar de onkosten tamelijk hoog zijn, is dit zeer te betreuren. Immers, huur, licht, verwarming, moeten door de vereeniging zelf, daar ze geen subsidie van de Portugeesche Gemeente ontvangt, betaald worden. Het zou toe te juichen zijn, dat de Portugeesche Joden uit Zuid, voor wie de afstand naar de Snoge wel wat groot is, de kleine „snoge" zouden bezoeken. Zij zullen hiermede de vereeniging bewijzen, dat de liefde voor de Joodsche eeredienst onverflauwd is en dat het ideaal van de stichters „Thora wa Awodah" ook voor de toekomst gewaarborgd zal blijven.

 Uit NIW 8 FEBRUARI 1935 . 5 ADAR I 5695 .70e JAARGANG No. 40

Het Hekhal uit deze Snoge kam uit de Snoge van Maarssen, die in 1839 afgebroken werd. Als iemand weet wat ermee gebeurd is, laat het me aub weten!

Sunday, June 24, 2012

בֶּינְדִּיגָּאמוֹשׂ

בֶּינְדִּיגָּאמוֹשׂ אַל אַלְתִּישִׂימוֹ,
אַל שֵׂיניוֹר כֵּי נוֹשׂ כּרֵיוֹ
דֵּימוֹשׂלֵי אָגרָאדֵיצִימִיֶינתּוֹ
פּוֹר לוֹשׂ בִּיֵינֶישׂ כֵּי נוֹשׂ דִּיוֹ

אָלָאבָּאדוֹ שֵׂיאָ שׂוּ שַׂנְתּוֹ נוֹמבּרֵי
פּוֹרכֵּי שִׂיֶימפּרֵי נוֹשׂ אַפּיָאדוֹ
לוֹאַדּ אַל שֵׂיניוֹר כֵּי אֶישׂ בּוּאֵינוֹ
כֵּי פָּארָא שִׂיֶימפּרֵי שׂוּ מֶירצֵיד

בֶּינדִּיגָּאמוֹשׂ אַל אַלתִּישִׂימוֹ
פּוֹר שׂוּ לֵייּ פּרִימֵירָאמֶינתֵּי
כֵּי לִיגָּא אָ נוּאֶישׂתּרָא רָאצָא
כּוֹן אֵיל צִיֵילוֹ כּוֹנתִּינוּאָמֶינתֵּי

אלאבאדו...

בֶּינדִּיגָּאמוֹשׂ אַל אַלתִּישִׂימוֹ
פּוֹר אֵיל פָּאן שֵׂיגוּנדָּאמֶינתֵּי
אִי תַּאמבִּיֶין פּוֹר לוֹשׂ מַאנגָּארֵישׂ
כֵּי כּוֹמִימוֹשׂ גּוּנתָּאמֶינתֵּי

פּוּאֵישׂ כּוֹמִימוֹשׂ אִי בֵּיבִּימוֹשׂ אָלֵיגּרֵימֶינתֵּי
שּׂוּ מֶירצֵידּ נוּנכָּא נוֹשׂ פַֿאלתּוֹ
לוֹאַד אַל שֵיניוֹר כֵּי אֶישׂ בּוּאֵינוֹ
כֵּי פָּארָא שִׂיֶימפּרֵי שׂוּ מֶירצֵיד

בֶּינדִּיתָּא שֵיאָ לָא כָּאזָא אֶישׁתָּא
אֵיל אוֹגָּאר דֵּי שׂוּ פּרֵישֶינצִיאָ
דּוֹנדֵּי גּוּאַרדָּאמוֹשׂ שׂוּ פִֿיֶישׂתָּא
כּוֹן אָלֵיגּרִיאָ אִי פֶּירמָאנֶינצִיאָ

אלאבאדו...

הוֹדֿוּ לָיי כִּי טוֹבֿ כִּי לְעוֹלָם חַסְדּוֹ

Sunday, April 15, 2012

The Sephardic Jews of Bordeaux by Frances Malino

I was reading this book over sabbá. She brings some interesting data, but the very beginning of her analysis is so wrong, that I feel like putting the book down. It is evident that the writer is completely clueless about Judaism and Jewish identity (especially the Sephardic variant)

First she keeps asking a question that looks like a joke to me, she wonders why they decided to establish a Jewish community.(!!!) "why the marchands Portugais chose to emerge as Jews and to establish such a community" She starts her answer with "The explanation is not a simple one".
I am pretty sure any of you could answer that question with a simple answer comprised of one very short sentence.

Then she starts analysing the level of "commitment to Judaism", and does this basically by comparing it to Ashkenazi communities. She describes a typical Western Sephardic community -although it lacked the intellectual activity of the Amsterdam, Venice and Leghorn communities- with Jewish institutions, synagogues, schools, kasher butchers, shabbath observance, etc.

But -don't laugh! this is a serious work by a scholar!- they "'replaced' Yiddish with Spanish" and "introduced French and arithmetic into the curriculum".

The Sephardic Jews of Bordeaux on Questia